Afbeelding 1: Illustratie over de rol van leraren binnen inclusief onderwijs. Kohnstamm Instituut (2023).
De rol van het onderwijs
De functie van onderwijs reikt verder dan het overdragen van kennis of het voorbereiden van jongeren op de arbeidsmarkt. Onderwijs vervult een bredere maatschappelijke en pedagogische rol door kinderen en jongeren te ondersteunen in hun ontwikkeling tot bekwame, betrokken en zelfstandige personen. Binnen het onderwijs verwerven leerlingen de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor school, werk en het dagelijks leven. Tegelijk leren zij hoe de samenleving functioneert, welke normen en waarden er gelden en hoe zij op een respectvolle manier met anderen kunnen samenleven. Daarnaast heeft onderwijs als functie om leerlingen te stimuleren tot zelfstandig denken, het maken van eigen keuzes en het opnemen van verantwoordelijkheid (Biesta, 2012). Aansluitend moet onderwijs gericht zijn op de volledige ontwikkeling van het kind en op de voorbereiding op een actief leven in een vrije en democratische samenleving (IVRK, art. 29). Onderwijs richt dus daarmee niet uitsluitend op prestaties en meetbare resultaten, maar ook op de vorming van zelfstandige en maatschappelijk betrokken mensen.
Afbeelding 2: Handgetekend onderwijsconcept. Illustratie van Freepik.
Onderwijs vervult volgens Biesta (2012, pp. 30–31) drie fundamentele functies: kwalificatie, socialisatie en subjectwording. De maatschappelijke evolutie van toenemende sociale druk zet deze drie domeinen elk op een specifieke manier onder spanning.
- De kwalificatiefunctie verwijst naar het aanleren van kennis, vaardigheden en begrip, zodat leerlingen in staat zijn “iets te doen” met wat ze leren.
- De socialisatiefunctie heeft te maken met de manier waarop onderwijs leerlingen laat deelnemen aan sociale, culturele en politieke ordes.
- De subjectwordingsfunctie gaat daarentegen over de ontwikkeling van persoonlijke autonomie en onafhankelijkheid van bestaande structuren.
Volgens Biesta (2012) moet goed onderwijs steeds een evenwicht zoeken tussen deze drie functies, omdat een te sterke nadruk op kwalificatie , bijvoorbeeld door prestatiedruk en meetcultuur en de ruimte voor socialisatie en subjectwording onder druk kan zetten.
Afbeelding 3: De drie domeinen van onderwijs volgens Biesta. Tutorleren (z.d.).
De algemene doelstellingen van het mensenrechtenproject vinden hun oorsprong in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Daaruit zijn verschillende verdragen uit voortgevloeid. Zo bestaat er een specifiek verdrag voor kinderen: het Kinderrechtenverdrag (Sociale rechtvaardiging en sociale uitsluiting, dia 1). Artikel 29 van dit verdrag stelt dat onderwijs gericht moet zijn op de volledige ontwikkeling van het kind, met respect voor zijn of haar talenten en meningen. Zoals in de presentatie werd weergegeven, vormen mensenrechten dan ook het kompas dat de richting geeft aan de keuzes die je als leraar maakt (Binon et. al, 2025a).
Onderwijs en maatschappelijke evolutie
Het onderwijs is een cruciale stap om sociale druk bij kinderen tegen te gaan, in een samenleving waarin ongelijkheid en prestatiedruk steeds zichtbaarder worden. Het onderwijs heeft niet alleen kennisoverdracht als doel, maar het moet ook het psychologisch welzijn en de sociale steun van de leerlingen bevorderen. Op deze manier kan elk kind met een goed gevoel naar school gaan. Om sociale druk te voorkomen, volstaat het echter niet om enkel gelijke onderwijskansen te waarborgen. Zoals Nicaise (2008, p. 50) stelt, is de uiteindelijke toetssteen van sociale rechtvaardigheid dat alle leerlingen gelijke onderwijsuitkomsten kunnen bereiken. Onderwijs moet dus niet alleen toegankelijk zijn, maar ook effectief compenseren voor ongelijke uitgangsposities.
Een benadering die daarbij aansluit, is het principe van proportioneel universalisme. Dit houdt in dat basisvoorzieningen, zoals onderwijs en gezinsondersteuning, voor alle kinderen toegankelijk zijn, maar dat de intensiteit en vorm van ondersteuning variëren in functie van de noden. Op die manier wordt geprobeerd om gezondheids- en welzijnsongelijkheden, die samenhangen met sociale ongelijkheid, te verminderen en sociale rechtvaardigheid te verhogen (Vandenbroeck et al., 2017, p. 4).
Figuur 1: Proportioneel universalisme (Vandenbroeck et. al, 2017).
Een mogelijke valkuil hierbij is het zogenoemde ‘Mattheüseffect’. Dat begrip verwijst naar het sociologische principe van “het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen” (Binon et al., 2025c). Dit idee werd in 1968 uitgewerkt door Merton. Hij stelde vast dat wie al succes heeft, steeds meer kansen krijgt, terwijl wie moeilijk start, verder achterop raakt. “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft, zal zelfs het laatste worden ontnomen” (Matteüs 13:12, geciteerd in Frisart, 2024). Video ter verduidelijking van het Mattheüseffect: https://www.youtube.com/watch?v=w6ibyXeciEc
Maartje Janssens. (2018, December 17). Het Mattheüs effect [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=w6ibyXeciEc
Hoewel onderwijs en sociale voorzieningen bedoeld zijn om gelijke kansen te creëren, blijken gezinnen met meer middelen daar in de praktijk vaker voordeel uit te halen. Dit kan gelinkt worden aan figuur 2 ‘Het ontstaan van sociale bindingen met de school’, die in een ander tabblad op de website staat, namelijk ‘van probleemstelling naar onderzoek’, waarin ook wordt verwezen naar de sociale klasse van de leerling. Ook binnen het basisonderwijs profiteren kinderen uit kansrijkere milieus doorgaans meer van bijkomende kansen, terwijl maatschappelijk kwetsbare leerlingen sneller onder druk komen te staan door prestatienormen en verwachtingen.
Zoals beschreven op Wikipedia (2025) leiden vroege succeservaringen in het onderwijs vaak tot verdere leerwinst, terwijl leerlingen die in de beginjaren moeilijkheden ervaren, vaker blijvende achterstanden opbouwen. Dit effect versterkt sociale ongelijkheid en vergroot de kloof in welzijn en zelfvertrouwen tussen leerlingen. Het proportioneel universalisme vormt daarom een antwoord op het Mattheüseffect.
Invloed van maatschappelijke evolutie op onderwijs
De stijgende sociale druk beïnvloedt het onderwijs op verschillende niveaus. Ze brengt zowel kansen als bedreigingen met zich mee en stelt scholen, leerkrachten en beleidsmakers voor nieuwe uitdagingen in hun streven naar gelijke kansen en sociaal-emotioneel welzijn.
1. Micro-niveau: invloed op leerlingen (Effect op het leren en welzijn van kinderen)
2. Meso-niveau: invloed op leerkrachten en klaspraktijk
3. Macro-niveau: invloed op onderwijsbeleid en structuur
Figuur 2. Illustratie over kansen en uitdagingen rond sociale druk in het onderwijs. Eigen creatie met Canva-elementen.