Welke antwoorden op onze onderzoeksvraag dragen bij aan sociale rechtvaardigheid?
Onze onderzoeksvraag gaat over hoe leerkrachten leerlingen uit de derde graad van het lager onderwijs kunnen ondersteunen bij sociale weerbaarheid tegen groepsdruk. In de klas kan dit door sociale vaardigheden expliciet aan te leren, groepsdruk bespreekbaar te maken en kwetsbare leerlingen gericht te begeleiden. Volgens Onderwijssocioloog Agirdag (2020), geciteerd in Khan (2021), presteren leerlingen slechter wanneer hun culturele achtergrond niet wordt erkend. Een sociaal rechtvaardig aanpak bestaat er daarom in dat leerkrachten een klascontext creëren waarin verschillen zichtbaar zijn. We vertrekken hierbij niet vanuit één norm, maar erkennen dat leerlingen verschillende achtergronden en gevoeligheden hebben die meespelen in hoe ze groepsdruk ervaren.
Onderzoek toont dat het niet helpt om leerlingen individueel verantwoordelijk te maken voor “veerkracht”, omdat dit hun mentaal welzijn zelfs kan schaden (Brown et al., 2025, p. 3). Deze bevinding ondersteunt dat leerkrachten een gedeelde en veilige klascontext moeten creëren, waarin leerlingen samen leren omgaan met sociale druk. Zo vermijden we dat leerlingen het gevoel krijgen dat ze het alleen moeten oplossen, wat juist tegengesteld werkt aan sociale weerbaarheid. Daarnaast volgen we filosoof John Rawls (Binon et. al, 2025a): “ongelijkheid is toegestaan, maar enkel als ze de minst bevoorrechten ten goede komt”. Zo verzoenen vrijheid en gelijkheid: we zorgen ervoor dat leerlingen die sneller onder groepsdruk bezwijken extra bescherming en begeleiding krijgen, zonder hen te stigmatiseren.